Posts tonen met het label grote vos. Alle posts tonen
Posts tonen met het label grote vos. Alle posts tonen

dinsdag 13 juli 2021

Hoera, een grote vos!!!



Geen mooie foto, maar wel een grote vos! En dat is mooi, want grote vossen waren al min of meer

uitgestorven in Nederland (“mogelijk als standvlinder verdwenen”). Maar sinds een paar jaar worden er

weer meer gezien en zijn er ook eitjes of rupsen gevonden. Ook in de Kampina, waar deze vos even op de

werkschuur landt, als ik daar samen met vrijwilligers net óók even zit uit te blazen. 

De grote vos is dus zeker een ‘goed-nieuws-vlinder’ te noemen. Zie dat kleine witte puntje op die donkere

vleugel, zo is de grote vos een lichtpuntje in een donkere tijd voor natuurliefhebbers. Daarbij komt dat hij

helemaal op eigen kracht is terug geveerd. Het is niet duidelijk waarom de aantallen achteruit gingen en

ook niet waarom er sinds een paar jaar weer veel meer worden gezien. Hier zit geen soortbeschermingsplan

achter, geen speciaal voor de grote vossen gemaakte open plekken, houtstapels, boomgaarden, ook geen

lobby om bestrijdingsmiddelen uit te bannen vanwege de laatste grote vossen. 

En daar zit-ie opeens. Het is een hele goede reden om in juichen uit te barsten, maar ik baal er vooral van

dat ik alleen een slechte foto van de sombere kant (zij het met een klein wit puntje) op een lelijk stuk hout

kan maken. Een soort hebberigheid, lelijk van mij.


Juli 2021

donderdag 29 november 2018

Met geelagtige kwasjes...

Plaat II in Deel II: Peerenblossem


“...haar lyf is uit den swarte met geelagtige kwasjes bezet, voor
hebbende drie klaauwen, in de midden agt ookergeele voeten, en
agter nog twee diergelyke…”


Op deze plaat van Maria Sybilla Merian is de metamorfose van een grote vos te zien. Rechtsonder zit de rups. Zoals veel rupsen, als je ze goed bekijkt, is ook dit een prachtexemplaar: een zwarte rups met vosrode strepen over de lengte en stekels in dezelfde vossenkleur. Niet zomaar stekels: elke stekel is fijn vertakt!

                                      


“Zulk slag van Rupsen vind men veel op Peer-, Appel-, en Karsseboomen”, schrijft Merian. Dat ze “veel” gevonden worden is allang niet meer zo. De grote vos staat op het punt van uitsterven in ons land. Er worden jaarlijks nog maar enkele exemplaren gezien. Hij komt nog wel in grote delen van Europa voor, maar de aantallen gaan ook daar achteruit.


Onderaan de tak hangt de donkerbruine pop, heel precies nagetekend met de kleine stekeltjes op de ‘buik’. Soms komt er geen vlinder uit de pop tevoorschijn, maar kruipen er maden uit, zo schrijft Merian, die meteen “in Tonnetjes veranderden” [verpoppen]. Uit elk popje komt  “een schoon groen glanzend Vliegje te voorschyn”. Merian beschrijft hier wat zij waarneemt, maar waar op dat moment nog geen goede verklaring voor is. Omdat men nog nooit had gezien dat een sluipwesp eitjes in het lichaam van een rups legt, denkt men dat deze ‘vliegjes’ spontaan uit afval of lijken ontstaan, zonder geslachtelijke voortplanting. Pas in 1700 ziet Antoni van Leeuwenhoek hoe de sluipwespjes hun puntige achterlijf -door Merian hier duidelijk afgebeeld- in het lichaam van een luis prikken (en zo een eitje leggen).


Linksboven en rechtsboven is de imago te zien. De grondkleur is ‘vos’-oranje, met zwarte vlekken. Met dichtgeklapte vleugels is de vlinder perfect gecamoufleerd. Dat het hier om een grote en niet een kleine vos gaat, is duidelijk door de keuze van de voedselplant voor de rups. Voor de kleine vos is brandnetel namelijk de voedselplant. Toch is er een ‘foutje’. Een kenmerkend verschil tussen de grote en kleine vos is, dat de grote vos midden op de voorvleugel -achter de rand met grote zwarte vlekken- vier ronde zwarte vlekken heeft (een grote en drie kleine). De kleine vos heeft hier drie zwarte vlekken. Op deze prent heeft de imago links vier vlekken, maar rechts slechts drie.




De twee zwartgespikkelde vlindertjes die op een groot spinselnest zitten zijn stippelmotten (ook wel spinselmotten genoemd), waarschijnlijk appelstippelmotten. De rupsen van de stippelmotten kunnen hele struiken of bomen, in steden soms zelfs auto’s inpakken met hun spinsel, en het zou mij niet verbazen als de kunstenaar Cristo die ooit de pont Neuf in Parijs inpakte, zich door deze kleine inpakkunstenaars liet inspireren. Binnen het spinsel kunnen de rupsen ongestoord alle blaadjes opeten. De kaalgevreten struiken onder het spinsel zien er spookachtig uit, maar zowel auto’s als bomen lijden er geen schade van. De eerste knappen op van een wasbeurt, de tweede krijgen al snel weer nieuw blad.


Bronnen
De plaat is afkomstig van het online exemplaar van Der Raupen wunderbare Verwandelung enz. deel I (1679) van de universiteit van Erlangen-Nürnberg:


De Nederlandse tekst uit Der  Rupsen begin, voedzel enz. deel I (1712) bij deze plaat:
Zulk slag van Rupsen vind men veel op Peer-, Appel-, en Karsseboomen. Haar lyf is uit den swarte met geelagtige kwasjes bezet, voor hebbende drie klaauwen, in de midden agt ookergeele voeten, en agter nog twee diergelyke: eer ze tot haar verandering komen, vervellen ze verscheide maalen, maaken dan een wit gespin, en veranderen in een bruine Pop, na veertien dagen komt daar een schoone Kapelle uit, zynde uit den ligt bruine, met veelderlei koleur gestipt en gestreept, ook zeer snel van vlugt. In zommige dezer Popjes bevinden zig veel witte Maaden, die in Tonnetjes veranderden, na twaalf dagen komt uit elk Tonnetje een schoon groen glanzend Vliegje te voorschyn, gelyk onder aan verbeeld is. Aan een steel kruipt een kleine witte Rups met swarte kop, diergelyke vind men ook aan deze Blossem, deze komen des morgens uit haar gespin om te eeten, dat ze zeer gauw verregt hebben, als dan gaan ze wêer in hunne Wooning, en spinnen dezelve altyd grooter. Tot een volkomene groote gekomen zynde, maken ze een wit gespin, veranderen in een Popke, en gevolgelyk in een Motuiltje, dat dan, eiertjes gelegt hebbende, sterft.


Informatie over en foto’s van de (rups, pop, imago van de) grote vos zijn te vinden op de website http://www.vlindernet.nl/fotoalbum.php?vlinderid=1091&soort=vlinder



Kees Beaart schreef voor het tijdschrift Vlinders een mooi artikel over het mysterie van de sluipwesp in de 17e eeuw: K. Beaart, Goedaerts mysterie van de sluipwesp. In: Vlinders, 2, 2016, pp. 24-25.

dinsdag 8 mei 2018

De tijd terugdraaien



Aardbeivlinder


Ik ben twee dagen vlinders gaan kijken in de Eifel. Omdat het wat hoger ligt, loopt de lente daar
wat achter. Het leek alsof de klok een stukje terug werd gezet. Daar bloeide nog de sleedoorn en
over de bomen lag “een waas van het aanvanklijk lover”. In de weitjes stonden volop sleutelbloemen
en paardenbloemen. Als je dat ziet heb je niet alleen het gevoel dat het een paar weken vroeger in het
jaar is, maar ook dat het zo’n vijftig jaar vroeger is!
Ik heb door een paar beekdalen en over wat zonnige hellingen gewandeld en dat was heerlijk!
Zinkviooltjes gezien, heel veel slanke sleutelbloemen, de eerste orchideeën, een paar pollen met
dichtersnarcissen (die heb ik in mijn tuin staan, maar ik had ze nog nooit in het wild gezien)! Er
vlogen niet veel vlinders, daarvoor was het kennelijk nog net een beetje te vroeg, maar wat er wel
vloog, was niet niks! Bijna overal waar ik kwam zag ik bruine dikkopjes. Verder vlogen op één helling
veel groentjes. In een bosrand een grote vos (primeur voor mij!!). Langs een beek enkele aardbeivlinders
(nog een primeur!!) en op een parkeerplaatsje drie sleutelbloemvlinders (en nóg een primeur voor mij!!).
Aardbeivlinders, bruine dikkopjes en grote vossen kwamen tot ongeveer een halve eeuw geleden in
Nederland nog op allerlei plekken voor, maar zijn inmiddels zo goed als verdwenen. Ze staan op de Rode
Lijst vermeld als bedreigd (aardbeivlinder) of ernstig bedreigd (bruin dikkopje en grote vos, de laatste is
“met acuut uitsterven [...] bedreigd”). Een soort openluchtmuseum!


Grote vos


Bruin dikkopje op slanke sleutelbloem


Sleutelbloemvlinder


7 mei 2018


Bronnen


“Een waas van het aanvanklijk lover” is een dichtregel uit ‘Vroege voorjaarsavond’ van J.C. Bloem.