Posts tonen met het label tuinvlinder. Alle posts tonen
Posts tonen met het label tuinvlinder. Alle posts tonen

donderdag 8 april 2021

Lichtpuntje


Leven is de enige manier

om met bladeren begroeid te raken,

op het zand naar adem te happen,

op vleugels proberen te vliegen [...]


Wisława Szymborska (‘Notitie’ in Einde en Begin, pag 346)






‘s Winters ben ik een pantoffeldiertje dat voor de kachel zit, maar als het weer opknapt, dan ik doe ik dat

ook. Dat was vorige week, maar er ging toch iets grondig mis door het debat met puntje-puntje (ik noem

geen namen). Dikke stapelwolken pakten zich binnen- en buitenskamers samen, er woei een koude wind,

er viel sneeuw, er viel hagel, maar puntje-puntje had niet het gevoel dat dit met hem te maken had en

bleef zitten waar die zat. 

Is er dan geen enkel lichtpuntje? Ik zou het haast vergeten, maar vorige week zag ik een boomblauwtje in

de tuin. Ik kan me niet herinneren ooit zo vroeg in het seizoen wel eens een boomblauwtje gezien te

hebben, maar op de site van de Vlinderstichting lees ik dat het de normaalste zaak van de wereld is. Vanaf

einde maart kruipen ze uit hun pop en verlenen de wereld meer gratie.

Al is het normaal, ik was toch behoorlijk in mijn sas, temeer daar dit boomblauwtje langdurig aan een

frisgroen blaadje van de klimhortensia sabbelde en ik er rustig foto’s van kon maken. 

Het boomblauwtje is echt een prima medicijn tegen sikkeneurigheid. Er valt niets dan goeds over te

zeggen. Het brengt geen schade toe aan de natuur, soortgenoten of andere beestjes. De knabbelschade

die de rupsen aanbrengen -die overigens geen blaadjes maar bloemetjes eten- is kleinschalig. Geen

plaagsoort dus, en zonder jeukend vachtje. Ze leven in goede verstandhouding met de mieren, die de

zoetigheid aflikken die de rupsen uitplassen (de zoete plas komt door die bloemetjes), en als wederdienst

de rupsen beschermen tegen roofinsecten. En, heel belangrijk voor het humeur is het feit dat het heel

goed gaat met de boomblauwtjes, niet alleen in Nederland, maar wereldwijd, van Japan tot Noord-

Amerika en van Scandinavië tot het noorden van Afrika. Ik hoef me geen zorgen over ze te maken.


April 2021

zondag 3 mei 2020

Collateral damage



Ik heb ‘n keer een pad bloedig verwond met de spade toen ik in de tuin werkte. En vast nog wel meer
dierenleed veroorzaakt dat ik me niet meer herinner -of niet heb gemerkt- met mijn geschoffel, gehark
en geschep in de tuin. 
Vandaag vloog opeens een oranjetipje vlak voor mijn voeten weg terwijl ik doende was met die
vermaledijde spade. Iets was niet helemaal in orde, want hij fladderde onhandig over de grond. Hij
kroop zowaar op mijn hand toen ik hem die ‘helpend’ toestak. Eerlijk gezegd was daar niks edelmoedigs
aan, ik maakte gewoon misbruik van zijn handicap om een selfie-met-oranjetipje te kunnen maken. 
Tot mijn toch wel grote opluchting vloog hij na een paar foto’s weg, cirkelde wat rond en ging toen op de
bloem van een look-zonder-look zitten. Daar gaf hij me, kennelijk nog steeds niet helemaal ‘vliegvlug,’ de
gelegenheid om van alle kanten foto’s te maken.









Daarna vloog hij naar een damastbloem, stak zijn lange tong erin en nam een flinke teug...



… klapte zijn vleugels dicht en viel in slaap.



Morgen weer een dag!

Mei 2020